Klantenservice
0413 - 794 551

0Artikel(en)
0 Artikelen Bekijk winkelwagen

Uw winkelwagen bevat geen artikelen.

Product was successfully added to your shopping cart.

Spelregels voor tafeltennis vind je hier

Je begint met de opslag, ook wel de service genoemd. De tafeltennisbal moet op de open vlakke hand kunnen blijven liggen. Daarna moet de bal minstens16 centimeter recht omhoog de lucht in worden gegooid. Als de bal zijn hoogste punt bereikt heeft moet de tafeltennisbal eerst het eigen veld raken, daarna moet het over het tafeltennisnet gaan en dan het speelveld van de tegenstander raken. Nadat de bal zijn hoogste punt heeft behaald moet de tafeltennisbal zo geslagen worden dat hij eerst het eigen veld aanraakt, over het net gaat zonder het net te raken, en daarna het vlak van de tegenstander raken.

Als de tafeltennisbal bij het tafeltennis het net aanraakt en toch nog op het veld aan de kant van de tegenstander komt, dan moet de service opnieuw worden uitgevoerd. Als de bal bij een service de andere kant van de tafel niet haalt, dan krijgt de tegenstander een punt! Alle opslagen moeten van achter (het verlengde van de) eindlijn komen en de tegenstander moet de bal tijdens de opslag altijd kunnen zien. Dit geldt ook voor de scheidsrechter. Als er twee punten in een set zijn gescoord mag de andere partij serveren.

SPEL
Tot 2001 ging een game tot 21 punten, maar tegenwoordig wordt het spel gewonnen door degene die als eerste 11 punten heeft gehaald. Dit telt niet als beide partijen op 10 staan. Dan moeten de spelers om en om serveren en het verschil moet dan 2 punten zijn voordat het spel gewonnen is. Als het spel is gewonnen dan ruilen de spelers van kant en de andere partij zal dan bij het begin gaan serveren. Het hangt van het spel af of er drie of vier sets zijn gewonnen. In de het laatste spel (vijfde in best-of-five, zevende in best-of seven) wordt nog een keer van helft geruild als een speler vijf punten heeft.

DUBBEL
Bij het dubbelspel moeten de spelers om beurten slaan en na het bepalen van degene die het eerste serveert en degene die het eerst ontvangt ligt alles meteen vast. (2x ontvangen, dan 2x serveren, dan de medespeler). De service moet diagonaal van de rechterkant van de eigen kant naar de andere zijde te gaan. Na elke set verandert zowel de eerste serveerder als de ontvanger. In een mogelijke 5de of 7de set wisselen de beide teams weer van zijde. De speler die normaal aan opslag zou zijn blijft aan opslag maar de ontvangers wisselen. Op het moment dat een team of speler 5 punten behaald wisselen beide spelers of beide teams van kant.

(LANDEN)TEAMS
Natuurlijk spelen ook (landen)teams tegen elkaar. Een team bestaat dan uit drie spelers en er worden maximaal vijf wedstrijden gespeeld. Hiervan is 1 wedstrijd een dubbelspel. Elke speler mag maximaal twee wedstrijden spelen. De volgorde van de wedstrijden is alsvolgt: twee enkelspelen, een dubbel, twee enkelspelen. Wanneer een team drie wedstrijden heeft gewonnen, is de strijd beslist.

web-monitoring-ok